De algemene verklaring van de legislatuur, een basistekst voor alle Molenbekenaars, bepaalt de werkprioriteiten die door het nieuwe College gekozen werden om de algemene doelstelling ervan te verwezenlijken:
de aanzienlijke verbetering van het welzijn van de inwoners van Sint-Jans-Molenbeek, in alle wijken van de gemeente.
Ik wens de nadruk te leggen op het feit dat alle mandatarissen die onze nieuwe en ruime alliantie samenstellen, absoluut op coherente wijze willen samenwerken, met als enig en gemeenschappelijk doel het welzijn en de belangen van alle Molenbekenaars te behartigen.
Hoewel een verandering van de meerderheid nieuwe aspecten impliceert, blijven de nieuwe mandatarissen immers het meeste belang hechten aan thema’s waarvoor de laatste jaren al belangrijke inspanningen geleverd werden.
Deze thema’s betreffen de verfraaiing van de openbare ruimte, de veiligheid, de netheid, tal van thema’s die deel uitmaken van het goede beheer van een gemeente… . Al deze thema’s zullen in deze verklaring aangesneden worden en in het Gemeentelijk Ontwikkelingsplan als concrete acties opgenomen worden.
De prioriteiten van de nieuwe meerderheid vormen dus de pijlers van het beleid dat voor de zes volgende jaren op touw gezet wordt.
Er zijn drie peilers, namelijk:
-
eerst en vooral: de acties verder zetten en versterken voor de ontwikkeling van een verfraaide leefomgeving die voor iedereen veilig is, via de vernieuwing – die in de loop van de voorgaande jaren al ingezet werd – van het ganse stedelijk en economisch weefsel van de gemeente, en hierbij de inspanningen te benadrukken die ondernomen werden inzake leefmilieu, netheid en renovatie van de openbare ruimtes, voortzetting van de renovatie van de openbare verlichting, verbetering van de mobiliteit op het gemeentelijk grondgebied, door met name een beroep te doen op gewestelijke, federale en Europese steun. Het komt er eveneens op aan de resultaten in de verf te zetten die verkregen werden op het gebied van algemene veiligheid, door de bestrijding van de delinquentie te verhogen, die zowel door de veiligheidsdiensten als door de preventiediensten gevoerd wordt;
-
ten tweede: de sociale en economische solidariteitsmechanismen op het gemeentelijk grondgebied versterken, door een open en toegankelijk beleid te voeren op het vlak van huisvesting, opleidingen, sociaalprofessionele inschakeling, werkgelegenheid, handel en ontwikkeling van de kleine en middelgrote ondernemingen;
-
ten derde: de acties ontwikkelen die reeds opgestart zijn, om te leren, om zich te amuseren en om de culturen te beleven in Molenbeek en aldus het welzijn te bevorderen en ervoor te zorgen dat de inwoners in alle wijken van de gemeente beter zouden samen leven.
Deze drie pijlers zullen in operationele vorm in het Gemeentelijk Ontwikkelingsplan worden opgenomen en de basis vormen van de gemeentelijke acties in de loop van de zes komende jaren, hoewel ze, zoals u wel weet, onderworpen blijven aan sterke sociaaleconomische beperkingen die een gemeente niet altijd onder controle kan krijgen.
Bovendien zijn deze politieke keuzes helemaal niet onveranderlijk of strak. Ze zijn eerder richtlijnen waarvan de inwerkingstelling aangepast moet worden aan nieuwe omstandigheden, die zeker en vast in de loop van de legislatuur zullen opduiken.
I. EEN VERFRAAIDE LEEFOMGEVING DIE VOOR IEDEREEN VEILIG IS
De gemeente heeft, zowel met eigen middelen als in perfecte samenwerking met de federale Staat, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en in samenwerking met de privé-sector, er een punt van eer van gemaakt om het uitzicht van de openbare ruimte, alsook het imago van bepaalde wijken, aanzienlijk te verbeteren.
Hoewel het Weststation het laatste grote grondgebied (meer dan 12 hectaren) blijft dat nog heringericht moet worden, is er voortaan een 15-jarige strijd gewonnen: de oude opening die veroorzaakt werd door de werken voor de uitgraving van de metro, van het kanaal tot aan de Zwarte Vijvers, is eindelijk gedicht. De huisvesting en de economische activiteit zijn er volledig tot hun recht kunnen komen. De Heyvaertwijk is niet langer meer een ‘oerwoud vol met autowrakken’. In de Maritiemwijk zijn er belangrijke gemeentelijke en gewestelijke infrastructuren gevestigd, terwijl de inrichting van de zone Thurn & Taxis de komende jaren gewijzigd zal worden.
Er werd ook een zeer hoog aantal woningen gebouwd in het hoger gelegen deel van de gemeente. De openbare werken hebben voldaan – en zullen blijven voldoen – aan de hoofddoelstelling, nl. een evenwichtige verdeling van de ingrepen tussen alle wijken.
Ondanks de onbetwistbare resultaten die behaald werden, blijven er vandaag de dag toch nog talrijke uitdagingen. Daarom zal de huidige meerderheid in Sint-Jans-Molenbeek een beleid rond verschillende hoofdlijnen uitwerken.
De eerste hoofdlijn van dit beleid betreft de grootschalige programma’s die hoofdzakelijk door openbare operatoren uitgewerkt worden.
De gemeentelijke overheid wenst de herstructurering en de globale renovatie verder te zetten van de wijken van het historische deel van Molenbeek, ten voordele van de inwoners, door de aanzienlijke herwaarderingsprogramma’s – die de Wijkcontracten zijn – in de verf te zetten.
Dankzij de Wijkcontracten kunnen bepaalde openbare ruimtes immers volledig heringericht worden, met de bedoeling de werking ervan te verbeteren en woongebouwen te renoveren of te verbouwen, om krotten te verwijderen en hierbij de bebouwing op waardige wijze te herstructureren.
Hoewel sommige operaties die in de loop van deze nieuwe legislatuur voorzien zijn in de Wijkcontracten Heyvaert, Schelde-Maas, Gieterij-Pierron, Maritiem, Werkhuizen-Mommaerts in de fase van inwerkingstelling treden en andere volledig geconcretiseerd worden, zal de gemeentelijke overheid blijven zoeken naar nieuwe aanvullende financieringsbronnen, om deze algemene vernieuwing verder te zetten, ongeacht of dit in de desbetreffende wijken gebeurt of in andere prioritaire perimeters die vastgesteld worden in samenwerking met de gewestelijke, federale of Europese overheden.
De meerderheid wenst echter dat deze nieuwe financieringsbronnen hoofdzakelijk bestemd worden voor de verbetering van de wijken Weststation / Sint-Lazarus, Vandenpeereboom / … , met voor het eerst een uitbreiding van de perimeter tot over de spoorlijn. Zo zal een deel van het nieuwe Molenbeek dat tekens van zwakheid vertoont, verfraaid en vernieuwd worden rond de site van het Weststation.
De gemeente zal specifieke projecten opstarten waarmee echte wijkpunten opgericht kunnen worden. Deze zullen worden ingevoerd op basis van wat er in de Maritiemwijk met het Gemeenschapscentrum Maritiem gebeurt. Hieronder volgen er enkele:
Het Weststation: wordt vandaag de dag beschouwd als een ‘gat’ in het stadsweefsel en moet een ‘scharnierpunt’ worden tussen twee delen van de gemeente.
Op basis van de specifieke kwaliteiten van de site, waaronder het feit dat het weldra een van de meest ontwikkelde multimodale polen van het Gewest zal zijn, zal aan de hand van een richtschema de invoering mogelijk gemaakt moeten worden van verschillende functies die het evenwicht tussen de volgende sectoren nastreven: economie (handelscentrum, KMO’s die de lokale werkgelegenheid moeten aanwakkeren, onderwijs en opleiding, cultuur, recreatie en huisvesting (kwaliteitsvolle sociale woningen en privé-woningen), groene ruimtes naargelang de werkelijke behoeftes van de wijk en de gemeente.
Het gemengde karakter van de naburige wijken (woonomgeving en ondernemingen) alsook de graad van de gemiddelde dichtheid inzake bebouwing en grondbezetting zullen met name doorslaggevende criteria zijn bij de toekomstige inrichtingen.
Anderzijds, zal het concept uitgedacht moeten worden in een context van mobiliteit – met name naargelang het toekomstige RER – maar eveneens inzake dienstverlening aan de burgers.
De samenhang in en tussen de wijken is een van de hoofdprioriteiten van de nieuwe meerderheid en de site van het Weststation is er het symbool van.
Thurn & Taxis: hoewel deze site op het grondgebied van Brussel-Stad ligt, zal ze op dergelijke wijze ontwikkeld worden dat ze een rechtstreekse invloed zal hebben op het leven in de Maritiemwijk. Via alle raadplegingen die georganiseerd worden ter gelegenheid van de procedures voor vergunningen, zal de gemeente de initiatieven verdedigen die de meeste garanties bieden op openheid en toegankelijkheid van de site, naar onze wijken toe.
De Ninoofsepoort: dit contactpunt met de twee buurgemeenten zal binnenkort de meest groene toegangsweg van de Vijfhoek zijn, wat gegarandeerd wordt door de oprichting van een nieuw park van meer dan één hectare. De toekomstige bouw van woningen (zowel gemeentelijk als van de privé-sector) en van wijkuitrustingen zullen tal van elementen vormen die deel uitmaken van de vernieuwing van de wijk, van de openheid en aantrekkingskracht ervan. De aanwezigheid en opwaardering van de sluis zullen deel uitmaken van het specifieke imago van de site.
De “Lavoisiersite”, het voormalige B.A.T. vertoont een aanzienlijk potentieel voor de ontwikkeling van economische activiteiten en woningen. Dankzij de kwaliteiten van de bestaande gebouwen, zullen de projecten die geleid worden op basis van de compatibiliteit tussen deze functies, zorgen voor een nieuwe vorm van openheid naar de wijk toe, alsook voor mogelijkheden om nieuwe ondernemingen in te vestigen.
Wat betreft het wegennet, zijn al vele wegen (vaak grondig) gerenoveerd geworden. De gemeente zal dit renovatiebeleid echter intensief verder zetten.
Het programma voor de modernisering van de verlichting van de ganse gemeente zal worden verder gezet via de Wijkcontracten, de driejarenplannen die door het Gewest gefinancierd worden en de werken met eigen middelen.
Inzake de bouw van woningen, nog steeds in het kader van de vernieuwingsprogramma’s, hecht de gemeentelijke overheid er veel belang aan om te voldoen aan de kwestie van de huisvesting van grote gezinnen en aan die van mensen met lage inkomsten.
Zo zal ze ervoor zorgen dat er bij de renovatie of bouw van gebouwen, in het kader van een operatie waarbij de overheid betrokken is, appartementen te voorzien met 3, 4 of zelfs 5 kamers. Er zal ook bijzondere aandacht besteed worden aan de toegankelijkheid van de woningen voor mensen met een beperkte mobiliteit, door specifieke aanpassingen op de plaatsen aan te brengen. Gelijkaardige inspanningen zullen voor de senioren worden geleverd.
Daar de stedenbouwkundige operaties die met de Wijkcontracten gepaard gaan, die meer in het bijzonder aandacht schenken aan de verbetering van de huisvesting en van de openbare ruimtes in het kader van de Europese operatie “Doelstelling 2”, heeft de gemeentelijke overheid de operaties bevoordeeld waarmee, enerzijds, voldaan kan worden aan de verzoeken van de inwoners om over nieuwe gespecialiseerde openbare plaatsen te beschikken en waarmee, anderzijds, het algemeen beleid voor de stedenbouwkundige vernieuwing aangevuld kan worden, die aan de hand van de Wijkcontracten ingeluid werd.
In het kader van de operatie “Doelstelling 2”, die ten einde loopt, werden daarom nieuwe openbare plaatsen opgericht, waarbij hoofdzakelijk ingegrepen werd bij bestaande gebouwen waarvan de architecturale waarde erkend werd, maar die aanzienlijk gerestaureerd moesten worden alvorens gerenoveerd te worden.
Zo is in de loop van de vorige legislatuur het Huis van culturen en sociale samenhang ontstaan, evenals het Huis voor Tewerkstelling, in het gebouw ‘Paraphane’, een nieuw Ondernemingscentrum op het gloednieuwe Meelfabrieksplein, en ook Kinderopvanghuis OLINA in de Berchemstraat en de Taziauxstraat. In de loop van deze nieuwe legislatuur zal de nieuwe, volledig gerenoveerde AJJA-site zijn deuren openen alsook Gemeenschapscentrum Maritiem (waarvoor de werken reeds in uitvoering zijn).
De gemeente verbindt zich ertoe te blijven voldoen aan de vraag naar openbare plaatsen, telkens wanneer dit mogelijk is met de hulp van hogere instanties, en zal hierbij heel grondig de mogelijkheden onderzoeken om dit duurzaam te maken door de verschillende projecten op het einde van de subsidiëringsperiodes een autonoom karakter te verlenen.
Zo zal ze ook heel actief deelnemen aan de inwerkingstelling van de“post-Doestelling II operatie”, die er hoofdzakelijk voor zou moeten zorgen dat er projecten voor de vernieuwing van het stadsweefsel met een economisch karakter het daglicht zien. De gemeente, die echter trouw wenst te blijven aan haar reputatie, zal nog steeds het sociale karakter verdedigen van de acties die op haar grondgebied ondernomen moeten worden.
De tweede hoofdlijn van dit beleid inzake de verbetering van de leefomgeving van de Molenbekenaars, is gericht tot de inwoners zelf en zal hen de mogelijkheid bieden om de grootschalige operaties die door de overheid ondersteund worden, te blijven versterken.
De gemeente zal de wijkcomités raadplegen en ermee samenwerken, telkens als dit mogelijk is en de stedenbouwkundige dossiers zullen met de betrokken bevolkingsgroepen worden geraadpleegd. De gemeente zal erop toezien dat de stedenbouwkundige regels toegepast worden in de ganse gemeente en dat de inwoners ze goed begrijpen.
Zo zal de gemeente ook middelen uitwerken voor de actieve participatie van de inwoners bij de uitwerking van projecten voor de vernieuwing en herwaardering van hun wijk:
-
een meerjarenplan voor de renovatie en het onderhoud van de wegen, de openbare ruimtes, de verlichting en van al de verwezenlijkingen, zal ingevoerd worden op basis van de bestaande gegevens die constant bijgewerkt zullen worden. Het zal aan de bevolking voorgesteld worden alvorens definitief goedgekeurd te worden;
-
de gemeentediensten zullen ervoor zorgen de hinder die veroorzaakt wordt door de openbare werken voor de bewoners te voorkomen en, zo nodig, tot een minimum te herleiden. De gemeente zal vorderingen maken in de modernisering van haar rioleringsnetwerk (de bouw van bekkens om overtollig water bij onweer op te vangen, in de Mirtenlaan, aan de grens met Sint-Agatha-Berchem, in het park naast de Kasteellaan en de Beneslaan en in het Marie-Josépark zullen worden onderzocht), om de risico’s op overstromingen te voorkomen en het regelmatige onderhoud ervan te vrijwaren.
Naast de begeleiding van de Molenbekenaars bij hun aanvragen voor gewestelijke steun (renovatiepremies, aankooppremies, fiscale maatregelen enz.), zullen informatiepunten “stedenbouwkundige tips” of “Cellen Stedenbouw” binnen de wijken opgericht worden, en zullen deze voor de Molenbekenaars, en in samenwerking met diverse partners uit het verenigingsleven, originele en aanvullende mechanismen versterken en invoeren zoals een dienst voor het uitlenen van renovatiemateriaal en een dienst die bevoegd is om de kwaliteit te evalueren van de werken die eerst uitgevoerd moeten worden. De wijkregies, die voordien ingevoerd werden, worden versterkt binnen hun functie van middelen inzake beroepsopleiding en inzake veiligheid, hygiëne en comfort van de woning.
Dit brengt ons tot de derde hoofdlijn van ons beleid inzake stedenbouwkundige vernieuwing, die de mobiliteit betreft. Een van de grote uitdagingen van deze legislatuur zal ongetwijfeld bestaan uit de invoering van het gemeentelijk Mobiliteitsplan en bijgevolg het parkeerbeheer.
Het mobiliteitsbeleid is bedoeld om de levenskwaliteit en de kwaliteit van de woningen in alle wijken te behouden en te verbeteren, rekening houdend met de gewestelijke functies van bepaalde grote hoofdlijnen en ontwikkelingspolen in Sint-Jans-Molenbeek, om op voluntaristische wijze de alternatieve vervoermiddelen (dus niet de auto) te promoten, en dit binnen een perspectief van duurzame ontwikkeling.
Het Gemeentelijk Mobiliteitsplan, zoals het goedgekeurd werd, zal omgezet worden in concrete, duidelijke, realistische, toegankelijke maatregelen die geëvalueerd kunnen worden.
Om het doorgaand verkeer te beperken en de levenskwaliteit te verbeteren, zal de gemeente aldus de oprichting en uitbreiding van de 30 km/u-zones verder zetten, alsook de reorganisatie van de verkeersrichtingen in alle wijken, maar hierbij steeds rekening houden met de vereisten die met de lokale activiteiten gepaard gaan. Hiertoe zal het erop aankomen alle gewestelijke mobiliteitsprojecten nauwlettend op te volgen die op het grondgebied voorzien zijn of hier een effect op hebben.
De veranderingen zullen algemeen gekend zijn en de overheid verbindt zich ertoe de bevolking tijdig, duidelijk en adequaat in te lichten over alle maatregelen voor de invoering van het Gemeentelijk Mobiliteitsplan: infrastructuurwijzigingen, veranderingen inzake verkeersveiligheid, inzake parkeersomstandigheden voor de bewoners (eenrichtingsverkeer in bepaalde straten, inrichting van een kruispunt enz.)
Wat het parkeren betreft, wenst de gemeente een samenhangend beleid toe te passen ten voordele van de bewoners en handelaars. Zo zal een systeem van gereglementeerd betalend parkeren op de gemeentelijke wegen ingevoerd worden en de weggedeeltes waar betalend parkeren geldt, zullen door een eigen dienst van de gemeente worden gecontroleerd.
Bewonerskaarten zullen worden toegekend op basis van duidelijk vastgelegde regels.
Mogelijke financiële opbrengsten die de invoering van dit systeem van betalend parkeren met zich zal meebrengen, zullen hoofdzakelijk bestemd worden voor een betere mobiliteit in de gemeente, alsook voor herinrichtingen van de stedelijke openbare ruimte: heraanleg van straten, bouw van ondergrondse parkings, heraanleg van openbare pleinen…
De mogelijkheden om een ondergrondse openbare parking onder de Gemeenteplaats, het Sint-Jan-Baptistvoorplein of een andere plaats in het historisch centrum te bouwen, zullen worden onderzocht, eventueel via een Partnerschap tussen de openbare en de private sector, om de Gemeenteplaats te kunnen vrijmaken en hierbij de parkeermogelijkheden voor de bewoners en voor de bezoekers van handelszaken te behouden.
Er zal ook worden onderzocht of de andere parkings van de gemeente (bijv. Brunfaut, Tazieaux) beter gebruikt kunnen worden. De maatregelen zullen genomen worden opdat de gemeente haar rol van beheerder van de parkeerplaatsen kan opnemen.
Het splinternieuwe pilootcomité voor de invoering van het gemeentelijk Mobiliteitsplan en de administratieve diensten die onlangs versterkt werden, zullen ermee belast worden praktische oplossingen te vinden en toe te passen voor het parkeren in handelszones, voor problemen in verband met de leveringen op de weg en voor de lange parkeerduur van vrachtwagens, met name in de residentiële wijken.
Wat het openbaar vervoer betreft, zal de gemeente alert blijven en luisteren naar de plannen voor de herstructurering van het openbaar vervoer. Ze zal de netwerkontwikkelingen en de mogelijke problemen ervan op de voet volgen, vooral voor de grote projecten zoals het Weststation en Thurn & Taxis. Ook zal ze nauw blijven samenwerken met de openbare vervoersmaatschappijen, om verbeteringen en inrichtingen ten voordele van de Molenbekenaars naar voren te schuiven.
Ook voor de fietsers is er plaats in Molenbeek. De nieuwe meerderheid zal ervoor zorgen dat ze geïntegreerd worden bij de projecten voor de heraanleg van wegen, dat de signalisatie voor fietsers uitgebreid wordt, om fietsers van alle leeftijdscategorieën zo veel mogelijk te beveiligen, te steunen, dat de snelle verwezenlijking van de Gewestelijke Fietsroutes gepromoot wordt, dat er een gedreven en gecoördineerd beleid gevoerd wordt inzake fietsenstallingen en dat er parkeerplaatsen voor fietsers worden geïnstalleerd op alle plaatsen van commercieel, cultureel, administratief of ander belang, die door het publiek bezocht worden.
De gemeente zal eveneens zorgen voor meer comfort en meer veiligheid voor mensen met een beperkte mobiliteit. Concrete inrichtingen zullen worden verwezenlijkt en de toegang tot de voetpaden vergemakkelijkt, in het bijzonder in de handelszones.
Een reglementering van de infrastructurele maatregelen volstaat niet om een samenhangend en efficiënt beleid op het grondgebied van de gemeente uit te werken. Het is essentieel dat er eveneens effectieve controles en sancties ingevoerd worden; overleg met de politie zal dus ingevoerd worden om deze maatregelen uit te breiden en efficiënter te maken, vooral inzake illegaal parkeren. Uit preventief oogpunt zal de opvoeding tot de verkeersveiligheid, met name via de actieve ondersteuning van de scholen, die een plan inzake schoolverplaatsingen invoeren, een prioriteit vormen.
Overeenkomstig de gewestelijke verplichting, zal ten slotte een plan voor de verplaatsing van “ondernemingen” ingevoerd worden, dat de alternatieven voor de auto bij het gemeentepersoneel zal stimuleren.
De vierde hoofdlijn van ons beleid voor de verfraaiing van de leefomgeving betreft meer in het bijzonder het behoud of de versterking van het karakter van de gemeente, dat opnieuw aantrekkelijk is: dicht bij het stadscentrum, goed bereikbaar met het openbaar vervoer, het nieuwe deel van Molenbeek beschikt over een recente bebouwing en de bebouwing van het historisch centrum, langs het kanaal, werd grondig gerenoveerd; in de Maritiemwijk, of weldra nabij het Weststation, krijgen alle wijken voortaan aandacht van investeerders die op zoek zijn naar oppervlakte voor huisvesting in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het tijdperk van de kantoorruimtes maakt voortaan plaats voor dat van de woonruimtes.
De nieuwe meerderheid, die ernaar streeft alle Molenbekenaars een levenskwaliteit alsook een aangename leefomgeving te laten behouden, zal ervoor zorgen dat de residentiële functies van de wijken met deze bestemming behouden blijven, al deze functies te onderhouden en hiertoe te verfraaien en een redelijk evenwicht tussen de woonfunctie en de economische functie te behouden.
In diezelfde geest, zal de gemeente zoveel mogelijk de bouw aanmoedigen van woningen op mensenmaat, die bijdragen tot de gezelligheid van deze wijken.
Om de residentiële kwaliteit van de ganse gemeente te benadrukken, zal de huidige meerderheid overigens, in overleg met de inwoners, de initiatieven aanmoedigen die erop gericht zijn de openbare ruimtes van alle wijken te verfraaien zoals het planten van bomen langs de wegen, het aanbrengen van bloembakken enz.
Zodra dit mogelijk is, zullen we zorgen voor de uitbreiding van de openbare ruimtes, alsook voor de oprichting van kleine groene ruimtes. Zo zal er ook aandacht geschonken worden aan groentetuintjes.
In de mate van het mogelijke, zal het stadsmeubilair geharmoniseerd worden en zal er een dialoog aangegaan worden met de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een beter onderhoud van dit stadsmeubilair en de bushokjes.
Een strategie inzake verbetering, verfraaiing en bescherming van de binnenkanten van de huizenblokken zal uitgewerkt worden, met inbegrip van de zones met een sterk gemengd karakter.
In dit algemeen beleid zal eveneens de strijd tegen het sluikstorten versterkt worden, evenals de acties voor de sensibilisering van de bevolking voor de openbare netheid en het behoud van de goede staat van de openbare ruimtes. Hiertoe zal de “Dépannage Urgent de Quartier” (Dringende Wijkhulp) zich uitbreiden tot het ganse grondgebied en zal er een gratis oproepnummer ter beschikking gesteld worden, waarmee men een snelle interventie van de gemeentediensten op de openbare ruimtes kan aanvragen.
Voor de nieuwe meerderheid zal netheid een grote uitdaging vormen in zo’n grote gemeente als Sint-Jans-Molenbeek. Om ervoor te zorgen dat de inwoners zich nog beter zouden voelen in hun wijk, wenst de gemeentelijke overheid haar inspanningen toe te spitsen op de verbetering van de netheid op de openbare ruimtes en een nog betere bescherming van het leefmilieu.
De gemeente zal infrastructuren en diensten ter beschikking van de Molenbekenaars stellen om het dagelijkse en efficiënte onderhoud van de openbare ruimtes te vrijwaren, om de frequentie van de afvalinzamelingen te verhogen, in overleg met het Gewest, om de mogelijkheden te benadrukken die de regelmatige en kosteloze inzamelingen van het huishoudelijk afval door de gemeente bieden, om het gebruik van collectieve vuilbakken in de gebouwen met vele appartementen aan te moedigen en om maatregelen te nemen voor de coördinatie van de onderhoudsbeurten met de andere grensgemeenten. Via het groene nummer of de gemeentelijke website kunnen burgers snel elk probleem inzake vuilheid melden.
Dankzij een efficiënte coördinatie van de gemeentediensten kan een proactief systeem voor het beheer van het sluikstorten ingevoerd worden en de snelle interventie van het inzamelteam, ook tijdens het weekend.
Er zullen steeds meer hondentoiletten ingericht en regelmatig onderhouden worden, terwijl er zakjes om de uitwerpselen in te steken, aan de hondeneigenaars uitgedeeld zullen worden.
Bomen zullen regelmatig gesnoeid worden, met name wanneer ze naast de openbare verlichting staan.
Wat betreft de verbetering van de netheid op de openbare ruimtes, wenst de gemeente zowel haar preventieactiviteiten als haar repressiebeleid tegen vervuilers en daders van onbeschaafden te versterken, met name door het aantal beëdigde agenten te verhogen voor de repressie van inciviek gedrag en door hen verantwoordelijkheid te geven via de verbetering van hun opleiding.
Ten slotte, zal de gemeente eveneens deze preventie-initiatieven kracht bijzetten via sensibilisering, informatie, opvoeding van de inwoners en jongeren over de problemen inzake openbare netheid, om al deze burgers te helpen bij te dragen tot een beter beheer van hun leefmilieu. Informatiecampagnes zullen met de verschillende betrokken departementen worden georganiseerd, en dankzij een nauwe samenwerking met de dienst Openbaar onderwijs zullen de jongeren uit onze scholen gesensibiliseerd worden voor netheid en eerbied voor het leefmilieu.
Inzake leefmilieu, zal het erop aankomen meer groen te blijven aanbrengen, om een groen netwerk in de gemeente tot stand te brengen, door de verschillende groene ruimtes te verbinden en het onderhoud en de renovatie van de parken te vrijwaren, en hierbij hun functies van verfraaiing en ontspanning te behouden.
De groene ruimtes zullen eerst en vooral aan de volgende functies moeten voldoen: mensen moeten er kunnen wandelen, anderen ontmoeten, eenvoudige doorgangen kunnen gebruiken of erop spelen. Bovendien zullen er nieuwe specifieke percelen voor kinderen worden aangelegd.
Wat betreft de luchtvervuiling, zal de gemeente actief deelnemen aan het overleg inzake het gewestelijk noodplan “Bruxelles Air”.
Het thema ‘Water’ zal ook tot onze prioriteiten behoren. Het gemeentelijk rioleringssysteem zal onderzocht, gerenoveerd en, indien nodig, gemoderniseerd worden. De installatie van regentonnen zal aangemoedigd worden in alle nieuwe gebouwen en binnen de groene ruimtes, vijvers en waterbekkens zullen worden aangelegd; dankzij al deze maatregelen kunnen de risico’s op overstromingen bij onweer beperkt worden.
In het algemeen, zal de gemeente haar inspanningen verder zetten voor het ecologisch beheer van haar groene ruimtes. Via haar dienst Milieuraad, zal ze ook haar initiatieven inzake sensibilisering en begeleiding van de inwoners bij hun stappen inzake het beter beheer van de leefmilieu- en energieproblemen. Het Natuurhuis, dat nabij de site van het Scheutbos gelegen is, zal haar acties inzake wetenschappelijke kennisoverdracht en sensibilisering voor de bescherming van de natuur uitwerken.
De wildgroei van graffiti zal bestreden worden, met name via de oprichting van een antitagbrigade, die snel op het ganse grondgebied van de gemeente zal kunnen ingrijpen.
De gemeente zal het goede voorbeeld geven door een programma inzake milieubeheer goed te keuren voor haar diensten; er zullen rubrieken als energiebesparing in de gebouwen, ecorenovatie, ecoconstructie en ecoconsumptie in opgenomen worden.
Dankzij alle maatregelen die ik u zonet voorgesteld heb, of dit nu inzake stedenbouw, mobiliteit, of leefmilieu en netheid is, zal Molenbeek nog aangenamer en aantrekkelijker worden.
We zullen voortdurend aandacht aan deze verfraaide leefomgeving blijven besteden. De hoofddoelstelling van de nieuwe meerderheid blijft het feit dat de inwoners zich thuis zouden voelen op deze openbare ruimte en elkaar hierbij wederzijds zouden respecteren, want het gemeenschapsleven bestaat uit rechten en plichten. Hoewel er in de gemeente soms wijken zijn die moeilijker te beheren zijn, mogen er in Molenbeek geen zones ontstaan waarin anarchie geldt.
De gemeente moet op haar grondgebied instaan voor de openbare veiligheid: ze doet dit voortaan met de 4 andere gemeenten die de politiezone Brussel-West vormen en voert specifieke acties inzake preventie en bestraffing van onbeschaafdheden. Ze ziet toe op het behoud van de rust op de openbare weg, de goede verstandhouding tussen de mensen uit de buurt en de openbare netheid.
Hoewel het behoud van de openbare orde een hoofdtaak van de overheid is, is veiligheid ook de zaak van iedereen. Ze vereist tal van initiatieven.
Wat de repressie betreft, is het hoofdmiddel dat ter beschikking gesteld wordt door de lokale overheid, de politiedienst. In het begin van de vorige legislatuur had deze dienst nog een gemeentelijke bevoegdheid.
Een fundamentele hervorming van de veiligheidsdiensten heeft geleid tot de samenstelling van de politiezone Brussel-West, waarin de gemeenten
Sint-Jans-Molenbeek, Jette, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem en Koekelberg vervat zijn. Vandaag de dag konden de belangrijkste moeilijkheden die ondervonden werden in het prille begin van de installatie van deze politiehervorming overwonnen worden en kon de nieuwe structuur geleidelijk aan als een troef aangewend worden dankzij de goede verstandhouding tussen de vijf burgemeesters en een voorbeeldig professionalisme aan de top van de politiehiërarchie.
De gemeente Sint-Jans-Molenbeek zal actief blijven bijdragen tot de verhoging van de efficiëntie van de politiezone, met name door de ontwikkeling van de buurtpolitie aan te moedigen.
De gemeente zal haar inspanningen betreffende het team van de wachters van de openbare ruimte in stand houden. De ontwikkeling van deze dienst moet gepaard gaan met inspanningen inzake opleiding en professionalisering van het personeel.
Een vorm van initiatie tot burgerzin en respect voor de anderen, die aan ons tijdperk aangepast is, moet aan de leerlingen van de scholen en aan de jongeren uit de buurthuizen worden voorgesteld. Algemeen kan gesteld worden dat de inspanningen op alle niveaus om het geweld te bestrijden, verder gezet en uitgebreid moeten worden, om de samenhorigheid en de sociale samenhang te bevorderen. Burgerzin is de basis voor de uitbouw van de sociale controle.
De preventieacties zijn ook uiterst belangrijk. De nieuwe meerderheid zal trouwens in haar Gemeentelijk Ontwikkelingsplan een reeks initiatieven voorstellen die rechtstreeks met preventie te maken hebben.
Het opvoedingsbeleid past bijvoorbeeld in deze context. In onze scholen moeten de bestrijding van geweld en de initiatie tot de verkeersveiligheid verder gezet worden. De participatie van de ouders aan dit beleid zal eveneens een prioriteit uitmaken.
De komende jaren zullen ontmoetingsplaatsen opgericht worden – voor zover deze nog niet bestaan – in de afdelingen die afhankelijk zijn van de gemeentelijke preventiedienst, of “Ambassades de citoyenneté” (ambassades voor burgerzin), maar ook een nieuwe Afdeling van wachters van de openbare ruimte in de Hertogin van Brabantwijk, die opgeleid worden voor de toepassing van de administratieve sancties, en er zullen bijkomende “Gemeentelijke Buurthuizen”, met name in het Nieuwe deel van Molenbeek en in de Heyvaertwijk, geïnstalleerd worden.
Nog steeds inzake preventie, zal de gemeente bijzondere aandacht schenken aan de jeugd, via de verbetering van de naschoolse opvang: het project ‘DAS’ ( = middelen tegen het spijbelen), scholen openen in de wijk, vrijwilligers of senioren als mentors voor de leerlingen aanstellen, speciaal om ’s avonds aan de bestaande vraag te voldoen en de eenzaamheid van de oudsten onder ons te doorbreken, en hierbij het delen van kennis te bevorderen… De sociaalsportieve animatie zal worden uitgebreid.
De gemeente zal ten slotte zorgen voor de versterking van de sociale samenhang via de ontmoeting van de verschillende culturen die op het gemeentelijk grondgebied aanwezig zijn, tussen jongeren uit gelijk welke wijken, die onder gelijk welke omstandigheden leven, van gelijk welke afkomst zijn, om te vermijden dat ze zich zouden afsluiten of zich binnen één enkele gemeenschap zouden afsluiten.
De nadruk zal worden gelegd op de rijkdom van de verschillen met de anderen en uiteraard, op de wederzijdse ontdekking via activiteiten die gericht zijn op sport, maar ook op elke vorm van culturele expressie (muziek, dans, tradities…) of spelen van de oorspronkelijke cultuur.
De gemeenschappelijke noemer van al deze activiteiten zal schuilen in de toenadering tot de anderen, in het kader van een democratisch project dat op de gelijkheid tussen alle mensen steunt.
II. DE VERSTERKING VAN DE SOCIALE EN ECONOMISCHE SOLIDARITEITSMECHANISMEN 
Als er een domein is waarbij de gemeentelijke actie bijzonder gediversifieerd werd tijdens de vorige legislaturen, dan is het ongetwijfeld dat van de sociale solidariteit tussen individu’s en tussen generaties, en in het bijzonder ten aanzien van een minder begunstigd publiek.
De gemeente heeft er in het bijzonder op toegezien om een beleid te voeren dat gecoördineerd is tussen haar diensten, die van het OCMW, van “Le Logement molenbeekois” en van de belangrijke gemeentelijke VZW’s zoals de Bestrijding van de Sociale Uitsluiting in Molenbeek, de Lokale Missie voor tewerkstelling en het Sociaal Verkuurkantoor “La MAIS”.
Zelfs al heeft de gemeente geen echte bevoegdheden inzake de strijd tegen de werkloosheid, kan haar gediversifieerde actie die van de openbare en private spelers op het vlak van werkgelegenheid aanvullen.
De gestage groei van het aanbod aan dienstverleningen voor Molenbekenaars zoals senioren en gehandicapten, door de gemeentediensten en het OCMW, werd verwezenlijkt terwijl er aanzienlijke investeringen inzake modernisering van de sociale woningen goedgekeurd werden.
Er werden vele woningen gebouwd en vele andere gerenoveerd, zowel door de overheid als door de privé-sector, die bijzonder dynamisch is de laatste jaren. Maar er is hier nog veel werk en de prijzen blijven nog vrij hoog, met name voor wat betreft kleine woningen of woningen met weinig comfort. Er zijn voortdurend werven voor de bouw van woningen, net als voor de herinrichting van de openbare ruimtes.
Over een degelijke woning beschikken aan een redelijke prijs, of men nu eigenaar of huurder is, dat is een grondwettelijk recht. Dit is een menselijke functie die over het ganse grondgebied van Molenbeek verdedigd moet worden.
De nieuwe meerderheid zal onophoudelijk de actie van alle gemeentelijke spelers op efficiënte wijze coördineren, in samenwerking met de privé-sector en de verenigingensector enerzijds, en met de gewestelijke overheid anderzijds. De strijd tegen verkrotting en verloederde gebouwen is niet enkel cruciaal voor mensen die er wonen of omdat deze leegstaande woningen normaliter bezet zouden moeten zijn; het is ook een fundamentele strijd om de wijken te verfraaien, om deze veiliger te maken en de gemeente aantrekkelijker te maken voor de inwoners en de potentiële economische investeerders.
Vandaag de dag, wenst de meerderheid, bovenop de versterking van de bestaande middelen en de ingevoerde samenwerkingsverbanden, specifieke projecten te initiëren die perfect aangepast zijn aan de vraag van de verschillende bevolkingsgroepen. Het zal er dus op aan komen de voorstellen te diversifiëren, om zo gepast mogelijk te voldoen aan de behoeftes van alle inwoners van onze gemeente.
Zo wenst de meerderheid bijvoorbeeld de informatie van de vragende partijen binnen het Gemeentebestuur te versterken en te verbeteren, om ze snel door te verwijzen naar de diensten die op het gemeentelijk grondgebied gevestigd zijn, om ze te helpen.
Hiertoe werd het ambt ‘schepen van huisvesting’ ingevoerd en werd er een gemeentelijk observatorium voor huisvesting geïnstalleerd en uitgewerkt. Dankzij deze nieuwe “Huisvestingscel” kunnen de beleidsvormen die door de verschillende competente spelers gevoerd worden, gecoördineerd worden. Deze cel zal de vernieuwing van privé-woningen stimuleren via de verspreiding van informatie (renovatiepremies, premies voor de verfraaiing van gevels, uitlenen van materiaal, hulp bij de samenstelling van de huurwaarborg via het Woningenfonds, VHI-toelagen enz.) en technische tips…
De vernieuwing van het gemeentelijk huurwoningenbestand en de uitbreiding ervan (Wijkcontracten, federale en gewestelijke huisvestingsplannen, maar ook de samenwerking met de G.O.M.B. en het Woningenfonds va n het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zal verder gezet worden, en hierbij moet ervoor gezorgd worden dat kansarme mensen voorrang krijgen bij de toegang tot deze woningen.
De projecten voor een sociaal hotel en voor transitwoningen, die bestemd zijn voor de tijdelijke huisvesting van personen die zich in een noodsituatie bevinden, zullen worden afgewerkt en de inspanningen om huisjesmelkers te betrappen zullen voortdurend opgedreven worden.
De gemeentelijke overheid zal zijn strijd tegen leegstand en ongezonde woningen uitbreiden via de uitoefening van hun recht op het openbaar beheer ten aanzien van niet-conforme woningen, waarvan de eigenaars de vastgestelde tekorten niet hebben kunnen verhelpen of ten aanzien van leegstaande woningen.
De sociale woningen zullen grondig gemoderniseerd worden. De CVBA “Le Logement Molenbeekois”, die al meer dan 100 jaar geleden gesticht werd, is de tweede Openbare Vastgoedmaatschappij (OVM) van het Gewest dankzij de grootte van haar patrimonium (3.284 sociale woningen), wat bijna 9% van de sociale woningen van Brussel uitmaakt en 11% van de woningen die op het gemeentelijk grondgebied gelegen zijn.
De investeringsprojecten die door de maatschappij in de hoedanigheid van opdrachtgever geleid worden, hebben tegenwoordig betrekking op een totale begroting van € 31.568.278,18 Ze hebben betrekking op verschillende interventies: de bouw van woningen, renovatie, vernieuwing of verbetering van woningen, beveiliging van de toegang tot woningen, verbetering van de leefomgeving van de inwoners…
Een modern beheer van de sociale woningen zou echter niet beperkt mogen worden tot het louter aanbieden van woningen met gematigde huurprijzen. De acuutheid van de problemen vereist ook een gans beleid inzake sociale begeleiding, dat eveneens in concrete acties omgezet zal worden in het Gemeentelijk Ontwikkelingsplan.
Het beleid inzake sociale zaken heeft steeds heel veel aandacht geschonken aan senioren, enerzijds, en aan gehandicapten, anderzijds. Maar de opvang van de allerjongsten neemt ook een uiterst belangrijke plaats in de balans en de ambities van de nieuwe meerderheid in, zeker wanneer men het schrijnend tekort aan plaatsen in de kinderopvangstructuren kent. Het is ook de bedoeling om wederzijdse ontmoetingen en steun tussen de generaties te bevorderen.
De ontwikkeling van een intergenerationeel centrum in de Maritiemwijk zal worden aangevuld met een gelijkaardig initiatief in het nieuwe deel van Molenbeek, en de oprichting van nieuw gemeentelijk kinderdagverblijf zal in de loop van de legislatuur op het programma staan.
Bij de beslissingen van de gemeentelijke overheid moet er systematisch nog meer rekening gehouden worden met de impact die deze hebben voor mindervaliden, en ook met de promotie van de gelijkheid van de geslachten.
De verschillende projecten die uitgewerkt zullen worden door de gemeentelijke overheid in het kader van het globale beleid inzake sociale inschakeling, zullen dus betrekking hebben op alle leeftijdscategorieën die op het grondgebied van Sint-Jans-Molenbeek vertegenwoordigd zijn.
Terwijl de globale geboortecijfers die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregistreerd werden, aan de bovengrens zitten, kent onze gemeente een buitengewone verjonging van haar bevolking, met een aanzienlijke groei in de groep van minder dan 25 jaar. Dit is ongetwijfeld een troef voor Molenbeek.
In dit kader wenst de gemeentelijke overheid alle initiatieven te steunen die kinderen en adolescenten die in onze gemeente opgroeien, plaatsen en activiteiten voor opvoeding, expressie en vrije tijd kunnen bieden, welke plaatsen hun behoeftes vervullen.
Ze wenst ook alles in het werk te stellen opdat deze jongeren een optimale intellectuele en professionele opleiding zouden kunnen genieten, om ze op een nuttige manier op de arbeidsmarkt te integreren.
Wat jonge kinderen betreft, zal het er dus op aan komen te voldoen aan de vraag van de Molenbeekse ouders, namelijk om te beschikken over efficiënte opvanginfrastructuren in hun wijk, door de aanleg van speelpleinen die bestemd zijn voor de allerjongsten, maar ook door de oprichting van het kinderopvangtehuis of van kinderbewaarplaatsen.
Inzake sociaaleducatieve vrije tijd voor de allerjongsten, heeft de Gemeente tijdens de laatste legislatuur talrijke initiatieven op lange termijn ingevoerd. Dit is het geval voor de gemeentelijke Buurthuizen, de sportanimatie die in een zaal of in open lucht begeleidt, en het vakantiehuis te Cornimont.
Deze initiatieven zullen worden uitgebreid en gediversifieerd, om nog meer gevoelens en interesse bij de Molenbeekse jeugd op te wekken.
De tweede leeftijdscategorie die door de projecten inzake sociale inschakeling beoogd worden – welke projecten de meerderheid wenst te ontwikkelen - is die van de volwassenen. Op dit niveau oordeelt de gemeentelijke overheid dat de sociaalprofessionele inschakeling een fundamenteel element blijft voor al het preventiewerk en de bestrijding van de sociale uitsluiting.
Daarom is de actie van de gemeente op dat vlak belangrijk ondanks de beperkte mogelijkheden die haar beperkte bevoegdheden bieden en ondanks de huidige sociaaleconomische context. De algemene doelstelling van dit beleid bestaat erin alle inwoners van Molenbeek gelijke kansen te bieden om een job te vinden.
Daarom zal de gemeentelijke overheid de bestaande projecten inzake beroepsopleiding (horecaopleiding, opleiding inzake bevloering enz.) versterken, nieuwe bekwaamheidsopleidingen trachten te organiseren (met name via “Doelstelling 2”, versie 2007-2013, de Lokale Missie, het OCMW, de Wijkcontracten …) en zal de oprichting van nieuwe ondernemingen inzake sociale economie ondersteunen.
De gemeentelijke overheid wenst eveneens inzake opleiding en sociaalprofessionele inschakeling haar partnerschapsbeleid te versterken met lokale actoren zoals het OCMW, het PWA en het verenigingsleven, maar ook met de ondernemingen uit de privé-sector, meer bepaald die welke gevestigd zijn in Sint-Jans-Molenbeek of die welke zich op het gemeentelijk grondgebied wensen te vestigen.
Het is de bedoeling dat de samenwerkingsverbanden van het OCMW met de gemeente, “Le Logement Molenbeekois”, de gemeentelijke verenigingen voor de bestrijding van de sociale uitsluiting, de sociaalprofessionele inschakeling, het S.V.K. … nog uitgebreider en gevarieerder worden.
Naast zijn wettelijke opdrachten in het beheer van de dossiers voor integratie-inkomens, wordt het OCMW van Molenbeek net gekenmerkt door de verscheidenheid van zijn eigen initiatieven. Het beleid van onroerende en materiële investeringen wordt verder gezet om de kwaliteit van het maatschappelijk werk en de verleende diensten te verbeteren.
Inzake tewerkstelling, heeft een echt Huis voor tewerkstelling haar deuren geopend op het grondgebied van Sint-Jans-Molenbeek. De doelstelling van dit Huis bestaat erin alle diensten, zowel de lokale als de gewestelijke, voor steun bij opleidingen, bij beroepsinschakeling en begeleiding van werkzoekenden, te centraliseren. Werkzoekenden kunnen aldus niet enkel alle nodige informatie verkrijgen, maar ook een globale begeleiding genieten bij de stappen die ze op het gebied van beroepsinschakeling ondernemen.
In dit algemene kader brengt het Huis voor tewerkstelling samenwerkingsverbanden tot stand, alsook aanvullingen tussen de spelers uit de wereld van de beroepsinschakeling, de werkzoekenden, de werknemers en de lokale werkgevers.
De gemeentelijke overheid zal erop toezien dat de informatie zo toegankelijk mogelijk is (verspreiding van de werkaanbiedingen, sociaal interimbureau…).
De projecten inzake gerichte inschakeling, die de tewerkstelling van jongeren en vrouwen bevordert, zullen worden aangemoedigd, terwijl de gemeente de mogelijkheid tot een gedifferentieerde fiscaliteit zal onderzoeken voor commerciële en industriële gebouwen die in de kwetsbare wijken gelegen zijn.
De beleidsvormen die de beroepsinschakeling beogen, zouden daarentegen onvolledig zijn als ze niet gepaard zouden gaan met de politieke wil om de ontwikkeling van de (lokale) werkgelegenheid te bevorderen.
De geleverde inspanningen, zowel op het vlak van de stedenbouwkundige herwaardering van de wijken als op dat van de verfraaiing en beveiliging van de openbare ruimtes, hebben onze gemeente aantrekkelijker gemaakt voor investeerders.
De bouw van een “relaisgebouw”, dat ondernemingen de mogelijkheid biedt om te groeien, nadat ze in het Ondernemingscentrum gevestigd waren en voordat ze zich in hun eigen infrastructuren gaan vestigen, werd onlangs aangevat.
De gemeentelijke overheid oordeelt dat dit globale beleid voor de verbetering van de omstandigheden inzake aantrekkelijkheid, vestiging en ontwikkeling van de ondernemingen in de loop van deze nieuwe legislatuur verder gezet moet worden.
Maar het zal er ook op aan komen initiatieven te versterken die gunstig zijn voor het herstel van de lokale economische structuren zoals het Loket voor plaatselijke economie (waarvan de doelstelling erin bestaat de vestiging van jonge ondernemingen op het grondgebied van de gemeente te bevorderen en te vergemakkelijken) en de Ondernemingscentra (waarbij startende ondernemingen niet alleen lokalen ter beschikking gesteld krijgen die aangepast zijn aan hun activiteiten, maar ook dienstverleningen inzake secretariaat en logistiek, en dit aan gereduceerde prijzen).
Nieuwe projecten met een economische connotatie en / of inzake sociale economie zullen worden ontwikkeld in het kader van het toekomstig Europees programma “Doelstelling 2” 2007-2013.
Handel, economie en energie zullen hoofdthema’s zijn. Bij deze thema’s zal de prioriteit erin bestaan de handelaars, ambachtslieden en vrije beroepen te steunen en op te waarderen, en hierbij kwaliteitsvolle werkgelegenheid op lange termijn te stimuleren.
Dankzij de nieuwe wet op de handelsvestigingen, kunnen we ruimere bevoegdheden uitoefenen in het beheer van de ontwikkeling van kwaliteitsvolle, gevarieerde handelszaken en kunnen we lokale banen creëren, en hierbij, via een strenge toepassing van de reglementering, een efficiënte strijd leveren tegen de anarchistische wildgroei van bepaalde handelszaken. Een sociaaleconomische cel zal alle inspanningen ondersteunen die in dit verband geleverd worden, met name in samenwerking met de politiediensten.
De overheid zal ervoor zorgen dat de Molenbekenaars zin krijgen om hun inkopen in de gemeente te doen, en dat anderen zin krijgen om ernaartoe te trekken, met name via efficiënte maatregelen inzake parkeren. De twee handelskernen zullen aldus opgewaardeerd worden via de invoering van een strategisch ontwikkelingsplan waarmee de acties voor de opwaardering van deze ruimtes gepland kunnen worden en die de bestaande braderijen zullen aanvullen.
Dankzij een nieuwe kern die opgericht werd in samenwerking met de gemeente Anderlecht, kan er een tegemoetkoming verkregen worden voor de handel, aan de Ninoofsesteenweg. Op extern vlak, zal er contact worden opgenomen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het kader van het toekomstig gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling.
Een samenhangend beleid zal worden gevoerd, met de bedoeling de vernieuwing van de handelskernen te koppelen aan de openbare werken die op deze plaatsen geleid worden. De gemeente zal de herinrichting genieten van de Steenweg op Gent vanaf 2007, in het kader van het project BELIRIS, om het handelsbeleid van deze kern uit het centrum van de gemeente nieuw leven in te blazen, binnen een globale dynamiek inzake herinrichting en verfraaiing, en zal erop toezien dat deze inspanning voor de andere kern, het Karreveld, verder gezet wordt. In beide kernen zal men erop toezien dat er positieve maatregelen genomen worden inzake openbare netheid en verfraaiing van de handelszaken.
De toegenomen beveiliging van de handelskernen via het behoud en de uitbreiding van het telepolitiesysteem, het toezicht op afstand, de aanwezigheid van stewards tot het einde van de dag, zaterdagen inbegrepen, alsook de versterking van de maatregelen inzake technopreventie, ten behoeve van de handelaars, zal uiterst belangrijk zijn.
De Adviesraad van de dienst Middenstand zal opnieuw samengesteld worden en regelmatig vergaderen.
De gemeente zal er eveneens voor zorgen dat er partnerschappen tot stand komen en onderhouden worden met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het kader van de invoering van de Overeenkomst voor Economie en Werkgelegenheid.
Wat energie betreft, moet elk huishouden uit Molenbeek ten slotte correct geïnformeerd worden over de belangen van de liberalisering, de aangeboden mogelijkheden en de implicaties, daar de gas- en elektriciteitsmarkten sinds januari 2007 geliberaliseerd zijn. Wat betreft de gemeentelijke infrastructuren, zal er een studie verwezenlijkt worden om de meest interessante operator te bepalen in termen van de prijs/kwaliteitsverhouding, met het oog op een mogelijke aanpassing van de levering van energie.
De financiële situatie van de gemeente is zeker en vast gezond, maar blijft toch broos. Het zal er dus op aan komen het evenwicht te behouden tussen de financiën, door een krachtig beleid te blijven voeren. Uiteraard zal dit hier soms moeilijke keuzes impliceren. De efficiëntie van de werken en projecten waarin het geld van de gemeente geïnvesteerd wordt, zal aldus geëvalueerd moeten worden, - en dit ongeacht de oorsprong ervan – en de bestemming van de begroting zal consequent aangepast moeten worden.
De gemeente zal een beroep blijven doen op subsidies, telkens wanneer dit mogelijk is, om het dagelijks leven van de Molenbekenaars te verbeteren.
Hiernaast zal de gemeente de mogelijkheid onderzoeken om de gemeentelijke fiscale druk te verlichten, in het bijzonder voor de ondernemingen. Hiertoe zal met name overgegaan moeten worden tot de evaluatie van alle fiscale ontvangsten van de gemeente op het vlak van relevantie, rendement, maar ook van samenhang ten opzichte van de gewestelijke begrotingen.
Wat de handelszaken betreft, zullen er pistes onderzocht moeten worden om de fiscaliteit aantrekkelijker te maken, met name op basis van een systeem voor renovatiepremies.
Het belang dat de nieuwe meerderheid aan de sociaaleconomische ontwikkeling van de gemeente hecht, mag ons niet uit het oog laten verliezen dat er nog een derde categorie mensen bestaat die vaak kwetsbaar zijn en soms al lang uit het arbeidscircuit gestapt zijn: de senioren.
Hoewel de gemeente al enkele jaren met een demografische explosie bij de categorie jongeren van minder dan 25 jaar geconfronteerd wordt, kan men immers eveneens bijna van een papy-boom spreken. De overheid zal trachten rekening te houden met de gevolgen van deze werkelijkheid en de nodige maatregelen treffen om zijn oudste bevolkingsgroep een aangenaam en comfortabeler leven te garanderen.
Zo werden de systemen van thuishulp, teleassistentie en thuisverzorging, dankzij dewelke bejaarden en mindervaliden thuis kunnen blijven wonen, snel verzorgd kunnen worden en een beveiligende assistentie kunnen genieten, besproken en ze zullen weldra nog verbeterd worden.
Wat betreft de bejaarden die regelmatig mobiliteitsproblemen ondervinden, wenst de gemeentelijke overheid de risico’s te verhelpen van eenzaamheid en sociale breuken, waar deze leeftijdscategorie mee te kampen kan hebben. De huidige meerderheid overweegt meerdere actiemogelijkheden om deze problemen op te lossen.
Naast de uitwerking van het systeem van de taxicheques, dat niet-verwaarloosbare mogelijkheden biedt voor de verplaatsingen, zal de nieuwe meerderheid bij de herinrichtingen van de openbare ruimte of van openbare plaatsen, met name infrastructuren voorzien waarbij personen met een beperkte mobiliteit zich zorgeloos kunnen verplaatsen. Hiertoe zal de nieuwe seniorenbrigade, die onder de vorige legislatuur opgericht werd, uitgebreid worden.
De gemeentelijke overheid zal zich ten slotte inzetten om de regelmatige organisatie van ontmoetingen en gezellige animaties voor de ouderen te promoten. Ze zullen eveneens intergenerationele ontmoetingen in de verf zetten, om zo opnieuw sterke banden te creëren tussen de verschillende generaties die op het gemeentelijk grondgebied aanwezig zijn en de risico’s van eenzaamheid bij de oudsten te beperken.
In het algemeen, zullen er acties verwezenlijkt worden die speciaal bestemd zijn voor mensen die in een noodsituatie verkeren, opdat de slachtoffers van branden of overstromingen, de inwoners van ongezonde woningen, een degelijk onderdak aangeboden kunnen krijgen, begeleid kunnen worden bij hun administratieve stappen en psychologisch ondersteund worden.
Dit vereist de uitbreiding van het sociaal begeleidingsplan naar het gemeentelijk nood- en interventieplan (PUIC), met name dankzij een partnerschap met MEDINUIT, het medisch urgentiecentrum. Het sociaal team ervan zal uitgebreid worden om onmiddellijke bijstand van langere duur te kunnen verlenen aan gezinnen en mensen die in een noodsituatie verkeren.
III.
LEREN, ZICH AMUSEREN, DE CULTUREN BELEVEN
De Molenbeekse bevolking is uitzonderlijk jong. Het onderwijs betreft uiteraard in de eerste plaats de jeugd, de allerjongsten, en in het sociaal preventiebeleid zal in de eerste plaats met hen rekening gehouden worden.
Maar de jeugd, en jongvolwassenen in het bijzonder, zowel meisjes en jongens, moeten ook opgenomen worden in een beleid dat speciaal voor hen bestemd is, een beleid dat gericht is op de ontplooiing van de sportieve en culturele capaciteiten … van iedereen, een jeugdbeleid dat allen bewust maakt van hun rechten, maar ook van hun plichten en van het respect voor anderen.
Om gelijkheid en wederzijdse tolerantie te promoten, mag geen enkele inspanning te veel zijn voor de invoering van een hele waaier aan gediversifieerde maatregelen. Deze laatste moeten de sensibilisering beogen ten voordele van tolerantie, respect voor vrouwen, geweldloosheid, respect voor de oudsten onder ons…
Op het vlak van de onderwijsstructuren, wenst het College de strijd te versterken tegen het afhaken op school, die in de loop van de voorgaande legislaturen ingezet werd. Afhaken op school betekent immers de mogelijke start van het proces van sociale uitsluiting.
Daarom zullen nieuwe projecten uitgewerkt worden, met de bedoeling om de aantrekkingskracht van de school op zich, de kennismogelijkheden en de openheid op de wereld die deze school verenigt, te vergroten. Deze projecten worden ontwikkeld in samenwerking met diverse gespecialiseerde instellingen, naargelang de vraag.
Wat de schoolinfrastructuren betreft, konden al onze gemeentescholen reeds met aanzienlijke inspanningen gerenoveerd worden. Om de aantrekkingskracht van de school te vergroten en de leerlingen een leefomgeving te bieden die gunstig is om in te leren, zullen deze inspanningen in al onze scholen worden verder gezet.
Om het hoofd te bieden aan de groeiende vraag naar de inschrijving van nieuwe leerlingen in de Molenbeekse schoolinrichtingen, werd overigens een nieuwe school gebouwd op de hoek van de Tamariskenlaan en de Condorlaan. Ze was al “volzet” vanaf het begin van het schooljaar en wat betreft de steeds toenemende vraag, zal de mogelijkheid om ons schoolpatrimonium uit te breiden, heel grondig bestudeerd worden.
De nieuwe meerderheid verbindt zich ertoe onderwijs te promoten dat garant staat voor de toekomst. Ze zal kwaliteitsvolle middelen inschakelen die nodig zijn om bewijsresultaten te verkrijgen. Al onze jongeren verdienen immers de grootste aandacht. Van kindsbeen af, heeft de politieke overheid de grondwettelijke verantwoordelijkheid om de leerlingen, in nauwe samenwerking met het onderwijzerskorps en de ouders, onderwijs te verlenen dat gebaseerd is op de verdediging van democratische, humanistische en pluralistische waarden.
Op pedagogisch vlak, zal alles in het werk worden gesteld om de leerlingen de basis aan te leren van het lezen, schrijven en rekenen, maar ook om hen de kans te geven vertrouwd te raken met de middelen die hun emancipatie zullen vergemakkelijken en die hen zullen klaarstomen om verantwoordelijke, zelfstandige volwassenen te worden met een kritische geest en in staat om in de nabije toekomst een maatschappij te kunnen opbouwen die op waarden als respect voor de anderen, tolerantie en solidariteit steunt.
Op sociaal vlak, zal ons onderwijs ieders gemengd karakter in al onze schoolinstellingen bevorderen, om de rijkdom die uit deze sociale of culturele mixiteit kan voortvloeien, nog meer op te waarderen. De zeer gediversifieerde samenstelling van de schoolbevolking is een kans die gegrepen moet worden. Dit onderwijs wordt op doeltreffende wijze in beide landstalen verleend. Projecten om deze talen beter te kunnen aanleren, zullen opgestart worden.
Burgerzin met verantwoordelijkheid en de pedagogie van het slagen zullen nog steeds de ruggengraat vormen van ons educatief en pedagogisch project.
Nog steeds in deze schoolse context: als de pedagogische cel haar algemeen werk voor de begeleiding van het onderwijzend personeel en de uitwerking van middelen voor de evaluatie en de regeling van het leren, verder zet, zal ze ook haar initiatieven versterken die bedoeld zijn om de strijd tegen schoolverzuim aan te gaan en de integratie van jonge nieuwkomers te bevorderen.
De Pedagogische cel zal eveneens trachten projecten op te starten die het aanleren van de taal bevorderen alsook de mogelijkheden om zich voor de wereld open te stellen, welke mogelijkheden door de nieuwe technologieën aangeboden worden. De inspanningen zullen nog opgedreven worden binnen de scholen om de jongsten de kans te bieden de basisprincipes voor de democratische werking beter te leren vatten, om aldus verantwoordelijk gedrag aan te moedigen en de bestrijding van het geweld en de uitsluiting te versterken.
In het algemeen, zal de school een bevoorrechte en permanente samenwerking in stand houden met al haar partners: buurthuizen, bibliotheken, academies, verenigingen, het Huis van culturen en sociale samenhang… De ouders zullen worden aangemoedigd om een nog actievere rol te spelen binnen de participatieraden van elke school en zullen betrokken worden bij de schooltijd van hun kinderen en bij de strijd tegen het afhaken op school.
De steun aan het Nederlandstalig onderwijs zal eveneens een prioriteit vormen voor de gemeente. Buiten de ambitie om de werking van onze scholen zo goed mogelijk te ondersteunen, door hen zowel degelijke infrastructuren als competent personeel te bieden, zal de overheid alles in het werk stellen om de autonome “scholengroep” te behouden, m.a.w. ervoor zorgen dat het leerlingenaantal voldoende hoog blijft.
De vraag en het aanbod inzake Nederlandstalig onderwijs zullen worden geanalyseerd. Op die manier zal de mogelijkheid overwogen worden om een nieuwe school op te richten of de uitbreiding van een bestaande school te voorzien indien er zich een sterke vraag naar plaatsen in onze instellingen zou voordoen.
De nieuwe meerderheid zal trachten te voldoen aan de behoefte en aan de vraag naar de invoering van meer buitenschoolse activiteiten in het Nederlands, met name via het project ‘DAS’ (middelen tegen het spijbelen), en door elk initiatief in dit verband te ondersteunen. In dit kader zal er een Nederlandstalige afdeling van het gemeentelijk speelplein overwogen worden vanaf de zomer van 2007 en eventueel versterkt worden naargelang de vraag ernaar.
Maar het onderwijs in Sint-Jans-Molenbeek houdt veel meer in dan alleen maar het lager onderwijs! Er is ook een instituut voor gemeentelijk onderwijs voor sociale promotie, een Tekenacademie alsook een academie voor Muziek en Woordkunst, die voor alle leeftijden openstaan.
De overheid zal hun acties en projecten steunen, die zich toespitsen op zelfontplooiing, de beheersing van vaardigheden, burgerzin en gelijkheid van kansen, en zullen er voortdurend voor ijveren om de pedagogische methode toe te passen in het onderwijs aan volwassenen en in de voortgezette opleiding, alsook om opleidingen te organiseren en eraan deel te nemen, ter attentie van het publiek dat in het systeem van de sociaalprofessionele inschakeling circuleert.
Ten slotte, zal het beleid voor de samenwerking tussen de verschillende schoolnetwerken worden verder gezet en extra aandacht krijgen.
De gemeente zal alles in het werk stellen om de ‘kunstmatige scheidingswanden’ te doen verdwijnen die ontstaan zijn tussen de verschillende initiatieven die op het gemeentelijk grondgebied gevoerd worden.
Inzake sociaaleducatieve vrije tijd heeft de gemeente tijdens de vorige legislaturen goed begrepen dat ze in en voor de jeugd moest investeren.
Het jeugdbeleid in onze gemeente vormt een geheel van initiatieven en acties die gevoerd worden door de Jeugddienst, door begeleidingsstructuren die afhankelijk zijn van de vzw “Bestrijding van de sociale uitsluiting”, maar eveneens door verenigingen die door de gemeente gesteund worden, zonder er rechtstreeks afhankelijk van te zijn.
De overheid verbindt zich ertoe het systeem van de Buurthuizen uit te diepen en het tot het ganse grondgebied uit te breiden. Hiertoe zal een nieuw buurthuis zijn deuren openen in het nieuwe deel van Molenbeek.
Anderzijds, zal de gemeente zoveel mogelijk de initiatieven ondersteunen die constructief zijn voor de jeugd: cultureel festival, oprichting van een cybertheek en een bijkomende ludotheek, invoering van een gemeenteraad voor kinderen en jongeren, terbeschikkingstelling van creatieruimtes voor hen…
Molenbeek telt al tal van sportinfrastructuren. Ze beschikt over installaties die voor iedereen toegankelijk zijn, aan democratische prijzen, in de Sippelberg; andere zijn rechtstreeks toegankelijk op de openbare ruimtes voor de inwoners en jongeren uit de wijken, maar ook het gemeentelijk Edmond Machtensstadion, dat de thuishaven is van een voetbalclub uit de eerste afdeling. En dan zijn er ook nog de privé-infrastructuren.
De sociaalsportieve animaties zullen ook worden ontwikkeld waar dit nodig blijkt, opdat het gemeentelijk sportaanbod aanwezig zou zijn op het ganse gemeentelijk grondgebied.
Naar het voorbeeld van de visie op de maatschappij die de nieuwe meerderheid verdedigt, moet de opwaardering van de individuele inspanningen en de samenwerking in de ploegsporten verder gezet worden. Hetzelfde geldt voor de steun aan particuliere sportclubs en -verenigingen.
Het cultuurbeleid speelt in Molenbeek, ongetwijfeld nog meer dan elders, een belangrijke rol vanwege de verscheidenheid van de afkomsten van haar bevolking. Het cultuurbeleid is een ware drager voor de sociale samenhang wanneer het zowel bijdraagt tot de promotie van de individuele bekwaamheden en de individuele kennis, als tot de stimulering van de uitwisselingen tussen mensen en sociale groeperingen.
Na het trefpunt dat in het Karreveldkasteel gelokaliseerd is, is het Huis van culturen en sociale samenhang sterk vertegenwoordigd op het ganse grondgebied.
Het potentiële publiek van de culturele activiteiten omvat zowel de gebruikelijke bezoekers van de concertzalen, musea, filmzalen enz… als al wie nog niet de kans gehad heeft om ze te ontwikkelen of te beoefenen.
De uitdaging bestaat erin dat iedereen zijn cultuur beleeft en die van zijn buren leert kennen en dat iedereen, van jong tot oud, hierbij betrokken wordt. We hebben deze uitdaging willen aangaan door de middelen – waarover we eindelijk beschikken - te creëren en te versterken.
Het nieuwe Huis van culturen is niet enkel in een prachtig gebouw ondergebracht, maar is ook een project met veel uitstraling dat in goede banen geleid wordt door een schitterend uitgebreid team van mannen en vrouwen, en voor een al even schitterend publiek bestemd is.
De metamorfose die aan een grondige renovatie te danken is, heeft het Huis niet alleen mooier en groter, maar ook lichter gemaakt. Voortaan verspreidt het Huis een nieuw licht dat uit alle kleuren van het spectrum samengesteld is. En daardoor heeft ze nog meer uitstraling. Want voor de mannen en vrouwen die ze verenigt, vormt ze een plaats waar ze hun eigen ideeën en projecten kunnen laten samensmelten met die van anderen en hierbij geconfronteerd worden met de verschillende respectievelijke culturen.
Wat “culturele democratisering” genoemd werd, of “cultuur voor iedereen”, zal in dit Huis volledig tot zijn recht komen dankzij al de mensen die hun krachten gebundeld hebben om dit project tot een goed einde te brengen en het een creatief elan te geven.
Het project van het Huis is er een van openheid en samenhorigheid, het is een project van culturen met als centrale thema’s het leven en onze dromen; het is een soort “elitisme voor allen”. Om deze mooie culturele uitdaging tot een goed einde te brengen, beschikken Molenbeek en haar Huis van culturen en sociale samenhang over een fantastische kans, nl. die om op uitzonderlijke lokale artiesten te kunnen rekenen en op een publiek dat nu al laaiend enthousiast is.
De overheid gaat de zeer ambitieuze weddenschap aan om een zo talrijk mogelijk publiek te verwelkomen, met een zo uitgebreid mogelijk programma. Er is geen discriminatie: zowel het “intellectueel” publiek als het “populair” publiek komt hier aan zijn trekken. Dit Huis zal voor iedereen open staan; voor de meerderheid is dit meer dan een keuze; het is een must! In een maatschappij die door de vrees voor de anderen en introversie overheerst wordt, zal het Huis de plaats zijn van het collectieve, van de ontmoetingen, van de culturele en sociale mengelmoes.
Het Karreveldkasteel zal het andere culturele trefpunt van de gemeente vormen en de culturele activiteiten die er tegenwoordig ontwikkeld worden, blijven verwelkomen. Het kasteel en de sprookjesachtige omgeving ervan zullen worden opgewaardeerd opdat er nog meer kwaliteitsvolle feestelijke en culturele activiteiten ontwikkeld zouden worden. Meer in het bijzonder, zal het materiaal dat opgeslagen wordt, overgeplaatst worden naar andere ateliers om ruimte vrij te maken die aan cultuur gewijd wordt. De bewegwijzering in het kasteel zal worden verbeterd om de toegang ervan te vergemakkelijken voor allerlei soorten publiek.
Om het Huis van culturen en het Karreveld nog efficiënter te maken, zullen ze als culturele centra worden beschouwd en met vzw’s samenwerken die spektakels, tentoonstellingen enz. organiseren.
De gemeente zal toezien op de verwezenlijking van de gemeentelijke bibliotheek die door de Franse Gemeenschap erkend is. Het nieuwe gebouw zal opgericht worden en zal een wezenlijke verrijking van de collecties vormen. De voortzetting van de informatisering van de collecties en de toegankelijkheid ervan zullen ervoor zorgen dat deze bibliotheek tot een van de beste van het Gewest uitgroeit. Deze bibliotheek zal eveneens een interactieve ontmoetingsplaats zijn die in het bijzonder naar de nieuwe technologieën gericht is.
De relevantie van het systeem van de cultuurcheques en de invoering ervan zullen geëvalueerd worden.
Er zal bijzonder veel aandacht geschonken worden aan de toneelgroepen en artistieke groeperingen uit Molenbeek.
Ten slotte, zullen we erop toezien dat de culturele activiteiten met een wetenschappelijk doel aangemoedigd worden, om met name de interesse van de jeugd voor wetenschappen aan te wakkeren.
De gemeente zal de ontwikkeling van een Nederlandstalige cultuurdienst actief blijven steunen. Zo zal een “cultuurraad” worden opgericht, om het gemeentelijke Nederlandstalige cultuurbeleid te kunnen aanbieden.
Een goede samenwerking met alle culturele partners van de gemeente is essentieel, met name met de Vaartkapoen, de dienst Franstalige cultuur en het Huis van culturen en sociale samenhang.
In het algemeen, zal het Nederlandstalige cultuurbeleid blijven doorgaan met zijn aanbod van muzikale namiddagen voor senioren terwijl er nieuwe activiteiten georganiseerd zullen worden ten voordele van gezinnen en jongeren.
De gemeente zal de jeugdverenigingen actief en materieel steunen, bijvoorbeeld door het vervoer van materiaal te organiseren naar hun zomerkampen, door de verenigingen te helpen om de lokalen te onderhouden of door hen materiaal uit te lenen.
De nieuwe Nederlandstalige bibliotheek zal een nieuw centrum worden van het Nederlandstalig cultureel leven in Molenbeek. Er zullen computers ter beschikking worden gesteld van het publiek. Er kunnen opleidingen georganiseerd worden en elke vorm van artistieke expressie zou er moeten kunnen plaatsvinden: vernissages, poëzieavonden, tentoonstellingen, debatten… Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de samenwerking met de scholen.
Deze uiteenzetting is zeker niet volledig; ze is echter bedoeld opdat men zou kunnen beseffen wat de uitdagingen zijn die onze gemeente te wachten staan in de loop van de volgende jaren en ze geeft de manier aan waarop de meerderheid hierop wenst te reageren.
Zoals reeds vermeld, kan de gemeentelijke overheid bepaalde macro-economische elementen spijtig genoeg niet beheersen, die nochtans bepalend blijken te zijn voor de evolutie van de situatie op lokaal vlak.
De gemeentelijke overheid, die met het welzijn van de Molenbeekse bevolking begaan is, zal desnoods haar project aanpassen aan de nieuwe omstandigheden waaraan ze het hoofd zal moeten bieden, en dit om steeds zo gepast mogelijk te antwoorden op de verzoeken van de Molenbekenaars.
Zelfs als onze gemeente reeds externe financiële steun genoten heeft, ongeacht of deze gewestelijk, federaal of Europees is, zal de zoektocht naar deze financieringen die de investeringen met eigen middelen aanvullen, overigens verder gezet moeten worden in de loop van de volgende jaren als we de definitieve heropleving van Sint-Jans-Molenbeek willen bereiken.
Het gemeentebestuur zal zich blijven uitrusten met werkmiddelen die de nieuwe technologieën integreren, opdat de burgers van Molenbeek zouden kunnen vertrouwen op een goed functionerende en kwaliteitsvolle overheidsdienst.
Deze nieuwe technologieën, vooral Internet, zullen eveneens een betere communicatie tussen de gemeentelijke overheid de Molenbekenaars in de hand werken. Dankzij deze verbetering van de communicatie zouden de uitwisselingen tussen de mandatarissen en de burgers intenser moeten worden en, op langere termijn, zou dit moeten leiden tot meer participatie en meer inbreng van de inwoners in de projecten die bedoeld zijn om hun wijk te verbeteren. In dit verband, zal er een eerste gedecentraliseerde antenne inzake dienstverlening aan de bevolking in het nieuwe deel van Molenbeek opgericht worden.
Om af te sluiten, zou het College de nadruk willen leggen op een fundamenteel punt. Hoewel onze gemeente nog aan belangrijke uitdagingen het hoofd moet bieden, beschikt ze toch over grote troeven om hierin te slagen. Ik zal er slechts enkele opnoemen: haar jonge bevolking, haar multiculturele rijkdom, het feit dat ze dicht bij het stadscentrum gelegen is, haar oud erfgoed, haar industriële gronden waarmee de economische activiteit zou moeten toenemen, haar vele groene ruimtes, haar toegankelijkheid dankzij de vele vormen van openbaar vervoer, de kwaliteit en verscheidenheid van haar verenigingennetwerk…
Al deze elementen vormen wat ik “de voedingsbodem van onze gemeente” zou kunnen noemen, die verrijkt gaat worden met de proactiviteit en de efficiëntie van het administratieve team dat ten dienste staat van alle Molenbekenaars, een team dat de laatste jaren duidelijk versterkt werd en ermee belast is nieuwe subsidies te zoeken, nieuwe concepten en dossiers uit te werken en ideeën te conceptualiseren.
Al deze elementen zijn belangrijk voor onze gemeente, voor haar ontwikkeling en toekomst.